Lezing over SM in de Pauluskerk in Rotterdam in 2001

sirona{I} schrijft: De relatie tussen de liefde en de pijn is een van de moeilijkste en tegelijkertijd ook een van de belangrijkste problemen in het totale veld van de seksuele psychologie. Hoe komt het toch dat de liefde pijn toevoegt of liever toevoegen wil? … Als het ons zou lukken deze vraag te beantwoorden, dan komen we een stuk dichterbij de oplossing van een van de grootste mysteries van de liefde. Tegelijkertijd zouden we dan de basis verduidelijkt hebben, waarop deze extreme vergissingen van de liefde berusten. (Ellis 1903/1936:66).
Met deze woorden begon Havelock Ellis zijn bespreking van het fenomeen dat tegenwoordig aangeduid wordt als Sadomasochisme (SM). Ook nu nog is het niet minder fascinerend en, ongelukkig, genoeg is er nauwelijks meer over bekend dan toen.

LEZING Rotterdam

Hier vindt u de lezing die Inge en Wouter hebben gehouden in de Pauluskerk in Rotterdam in november 2001.

De psychologie van het sadomasochisme (SM)
Uit: Journal of Social Work and Human Sexuality 7;1(1988), S. 43-56 Charles Moser, Ph.D., M.D.

Aus dem Amerikanischen von Petra Schmidt. Die Verwendung und Verbreitung durch Datenschlag geschieht mit freundlicher Genehmigung des Autors.
Nederlandse vertaling door Wouter Engelsman.

Prof. Charles Moser is een van de weinige onderzoekers op seksueel gebied, die zich met vragen over sadomasochisme bemoeid hebben.
In 1979 promoveerde hij bij prof. Haeberle aan het Institute for Advanced Study of Human Sexuality in San Francisco.





Het sociale stigma, dat over SM ligt, is zo groot, dat slechts weinige patiënten deze neigingen tegenover hun psychotherapeut of huisarts toegeven, uit vrees voor de reactie. Wat nog aan te tonen valt, is dat SM zo verbreid is, dat alle klinieken, zonder het te weten, SM-ers in hun praktijk gezien moeten hebben. Misverstanden over het wezen van de SM cultuur en SM-ers voeren vaak tot onjuiste aannames en tot vervreemding van SM-ers onder de patiënten. Deze verhandeling probeert zowel de SM-ers als ook de problemen waarmee hun psychotherapeuten regelmatig geconfronteerd worden, te ontdoen van hun geheimzinnigheid en deze problemen te beschrijven.

Definitie van het fenomeen

Er bestaat geen algemeen geldende definitie van hoe SM gedrag eruit ziet en de mensen die een SM identiteit aannemen, tonen een zeer breed spectrum aan seksuele fantasieën. In de spreektaal is de definitie van SM een erotische belangstelling voor het uitdelen of verkrijgen van pijnlijke stimulansen (fysiek of psychisch). Verder handelt het zich om het waarnemen van pijn door de ogen van de waarnemer; de ontvanger kan de ervaring als pijnlijk beschrijven, maar dat moet echter niet. Deze definitie is uitgangspunt voor de wetenschappelijke definitie, hoewel ze blijkbaar niet aangepast en sterk vereenvoudigd is. Moser (1979) en Weinberg, Williams und Moser (1984) bediscussiëren de problemen uitgebreid en op deze manier wil men tot een acceptabele definitie komen.

Ten behoeve van deze verhandeling is een SM-er een persoon, die inderdaad dit gedrag vertoont en zichzelf beschouwt als bezig te zijn met SM of iets dat daar op lijkt1. Bovendien nemen SM-ers alleen maar deel aan handelingen tussen volwassenen. Terwijl leden van iedere groep Terwijl leden van allerlei groepen zich te buiten mogen gaan aan onvrijwillige handelingen, wordt van SM-ers meteen, ten onrechte, aangenomen dat zij hun partners dwingen.

Oorzaken

De meeste theoretici die de oorzaken van seksueel gedrag en seksuele neigingen proberen te verklaren, slaan SM over. De bestaande theorie is een extrapolatie van concepten, die zonder specifieke kennis van de SM cultuur op andere seksuele variaties kunnen slaan. De betreffende literatuur is vaak afkomstig van schrijvers die op geen enkele manier contact hebben gehad met SM-ers en zelfs over niet over voldoende steekproeven konden beschikken. Hierna volgt een onvolledige opsomming.
`Krafft-Ebing (1886) suggereert, dat SM een aangeboren afwijking is. Freud verklaart SM als een transmutatie van de doodswens of eenvoudigweg als een met seks verbonden agressie (geciteerd door Levitt in 1971). Stekel (1929/1953) geeft in overweging dat SM een vorm is van psychoseksueel infantilisme, terwijl Reik veronderstelt dat de masochist bang is voor het orgasme of iets associeert met het orgasme. Horney (geciteerd door Levitt in 1971) verklaart sadisme als een neurotische behoefte aan superioriteit en masochisme als de poging om zekerheid en bevrediging door afhankelijkheid te verkrijgen. Daartegenover gelooft Helene Deutsch (geciteerd door Ford & Beach in 1951) dat masochisme bij vrouwen normaal is. Voor Thorpe en Katz (1948) wijst sadisme op ontkenning en schaamte van vroeger en vermindert het castratieangst. Verder veronderstellen zij, dat masochisme ontstaat uit de wens naar superioriteit. Maslow (1942/1966) denkt dat SM neigingen zich ontwikkelen uit gevoelens van onzekerheid. McCary (1967/1973) neemt aan dat SM neigingen ontstaan uit een gevoel van afkeer voor alles wat met seks te maken heeft of uit castratieangst. Opgemerkt moet worden dat geen van deze theorieën voldoende onderbouwd is en dat net zomin bewezen is dat één van deze theorieën slaat op steekproeven bestaande uit sadomasochistische mensen als op steekproeven bestaande uit vanilla's. Er bestaat omvangrijke psychoanalytische literatuur over de herkomst van SM (Panken 1973; Schad-Somers 1982) en ook is er enige literatuur aanwezig die gericht is op het gedrag (Annon 1974/1975). Ondanks de aanwezigheid van deze hypothesen is er geen algemene overeenstemming over wat de ontwikkeling van een sadomasochistische seksuele voorkeur - of willekeurig welke andere seksuele voorkeur dan ook - veroorzaakt.

Omdat SM gedrag als transhistorisch (Ellis 1936) en als cultuuroverstijgend (Ford & Beach 1951) wordt gezien, kan ervan uitgegaan worden dat SM voor een deel als aangeboren menselijk seksueel gedrag beschouwd mag worden. Gebhard (1976) merkt op, dat "beschouwd vanuit het fylogenetische gezichtspunt het geen verrassing is, sadomasochisme bij mensen aan te treffen." Sadomasochistisch gedrag is ook bij zoogdieren bekend (Kinsey e.a. 1953).

Geschiedenis

Vóór de pathologiesering van SM door Krafft-Ebing (1886/1997) gold SM noch als ziekte, noch als zonde (Bullough & Bullough 1977). Gedrag, dat we nu als SM zouden bestempelen, kwam vroeger heel algemeen voor in huwelijksrituelen (Kokkoka 1150/1965; Nefzawi 1400/1964; Vatsysayana 450/1964). Aan het einde van de 15e eeuw, kwam het eerste ondubbelzinnige geschrift over SM in omloop en dan nog eerder als medische curiositeit, dan als probleem (geciteerd door Ellis in 1936). Andere, op vergelijkbare wijze beschreven casestudies volgden, maar SM werd nog steeds eerder als curiositeit dan als ziekte gezien. Omdat SM gedrag zich reeds in de 15e eeuw openbaarde, bevatten de historische verhalen uit die tijd niet voldoende informatie om eenduidig te kunnen vaststellen of dit gedrag goedkeuring van beide partijen had en/of dit gedrag toegepast werd voor erotische doeleinden.

SM-ers

Enkele nieuwere studies met SM steekproeven proberen individuen te beschrijven, die dit gedrag vertonen (vgl. Breslow, Evans & Langley 1985, 1986; Levitt, Moser & Jamison 1994; Spengler 1977). Deze onderzoeken hebben - met uitzondering van het SM gedrag - geen belangrijke verschillen tussen SM-ers en niet -SM-ers naar voren gebracht. De personen uit de SM steekproeven waren over het algemeen beter opgeleid en welgesteld. Maar dat hangt samen met het soort mensen dat meedoet aan seksueelwetenschappelijke onderzoeken. Er wordt aangenomen dat SM-ers in alle socio-economische klassen en groepen te vinden zijn. Het is niet bekend of uit de onderzoeken is gebleken of alle seksuele neigingen evenredig vertegenwoordigd waren. Maar in ieder geval zaten er homoseksuele -, heteroseksuele -, biseksuele - en transseksuele mannen en vrouwen bij.

Er gaan de wildste schattingen over het percentage SM-ers op de gehele bevolking. Tenminste een deel van de verschillende getallen heeft te maken met de verschillende definities van wat onder SM verstaan moet worden, die door de verschillende onderzoekers worden gehanteerd. De schattingen lopen uiteen van circa 50% van degenen die aangegeven hebben tenminste ietwat erotisch te reageren als zij gebeten werden (Kinsey e.a. 1953) tot ongeveer 5% die aangegeven hebben seksueel opgewonden te raken door het toedienen of het ontvangen van pijnprikkels (Hunt 1974).

Het is de vraag of net zoveel vrouwen als mannen SM-ers zijn. Dit hangt samen met een zeer belangrijke theoretische vraag: Lijkt SM sterk op homoseksualiteit, waar men een groot aantal mannen en vrouwen vindt of is het een fetishgebeuren, waarbij slechts weinig vrouwen betrokken zijn? De laatste gegevens laten zien dat er toch een behoorlijk aantal vrouwen bij betrokken is (Breslow e.a. 1985; Levitt, Moser en Jamison 1994; Moser 1998; Weinberg, Moser & Williams 1984).

SM-ers hebben de neiging om met vele verschillende seksuele richtingen te experimenteren en leven niet alleen hun SM gevoelens uit (Moser 1988). De meeste van hen laten weten dat zij de SM praktijk en SM fantasieën niet nodig hebben om een orgasme te bereiken (Moser, Lee und Christensen 1993; Spengler 1977). Breslow e.a. (1985) stelde deze vraag in een andere vorm en ontdekte dat voor ongeveer 70% van de ondervraagden een orgasme gemakkelijker bereikt werd, wanneer SM deel uitmaakte van de handelingen.
Verrassenderwijs kon worden vastgesteld dat SM activiteiten ook plaats vinden zonder dat zij op het verkrijgen van een orgasme gericht zijn (Moser 1993).

Het is belangrijk om aan te geven dat er geen aanwijzingen zijn dat SM-ers de een of andere gemeenschappelijke psychopathologie hebben of gemeenschappelijke symptomen hebben. Uit de klinische literatuur is geen consistent beeld van SM-ers af te leiden. Er zijn een paar pogingen gedaan om psychologische tests uit te voeren ter vaststelling van de verschillen tussen een SM-steekproef en een controlegroep, doch daarbij werden geen noemenswaardige verschillen vastgesteld (Gosselin & Wilson 1980; Miale 1986; Moser 1979).

SM-ers noemen vaak de mogelijkheid om zowel de dominante als de onderdanige rol in te willen nemen; slechts weinig mensen geven uitsluitend dominante of onderdanige neigingen aan (Breslow et.al. 1985; Moser et.al. 1988; Spengler 1977). Er zijn aanwijzingen dat meer mensen de onderdanige rol dan de dominante prefereren, hoewel ze beide rollen in de praktijk spelen; dit is echter niet bewezen.

Sommige SM-ers zijn in staat langdurige relaties te onderhouden. Sommige paren doen aan SM gedurende iedere seksuele handeling, anderen hebben altijd tenminste één SM element in alle seksuele handelingen en sommige paren gebruiken het SM spel gedurende hun gehele relatie. Sommige paren zien SM als een deel van het voorspel (de "seksstijl"), anderen zien het als een deel van hun levensstijl, terwijl weer anderen tussen deze twee stijlen heen en weer schommelen (Breslow e.a. 1985). De ingenomen rollen verschillen aanzienlijk. De rollen van meester/slaaf, dominant/onderdanige, volwassene/kind, heer/bediende, bezitter/lijfeigene, enzovoort zijn duidelijk en geven aan welke verschillende karakteristieken er in een relatie zitten en helpen om die handelingen vast te leggen die acceptabel zijn.

Over het algemeen geloven SM-ers niet dat hun SM neigingen een psychologisch probleem betekenen en willen hun SM gedrag niet wijzigen (Breslow e.a. 1985; Moser 1988). Ook als SM-ers zich zorgen maken over het feit dat hun SM activiteiten gevaarlijk zouden kunnen worden (Moser 1988), lijkt deze zorg toch misplaatst te zijn . Lee (1979) vond geen enkele aanwijzing die daarop leek en ook een zoektocht in de medische - en psychiatrische literatuur bracht dit soort gevallen niet aan het licht.2

SM gedrag

Normaal gesproken genieten SM-ers van een combinatie van fysieke en psychische stimulatie, maar toch hebben sommigen een precieze voorstelling van wat zij zich wensen. Deze voorkeuren kunnen zo speciaal zijn als bijvoorbeeld: geslagen te willen worden door een blonde vrouw met een blauwe zweep, terwijl zij sussende woorden uitspreekt. Onder de volgende voorkeuren zijn er die voor vele SM-ers gemeenschappelijk zijn, maar niet alle SM-ers genieten van deze voorkeuren. Eveneens betekent meedoen niet automatisch dat iemand SM-fantasieën heeft.

Fysieke voorkeuren
De fysieke voorkeuren omvatten boeien, lichamelijke discipline, intensieve stimulatie, ontzeggen van waarneming en veranderingen aan het lichaam. Deze categorieën kunnen elkaar aanvullen en sluiten elkaar absoluut niet uit. Boeien staat voor alles wat ligt tussen b.v. neerdrukken of boeien op een manier waaruit het gemakkelijk is te ontsnappen tot en met het gebruik van materialen waardoor een persoon volledig onbeweeglijk wordt. De categorie bevat bovendien de gedeeltelijke immobilisering door het gebruik van handboeien, touwen en speciale kleding zoals korsetten.

Lijfstraffen beslaan het gebied van slagen met de blote hand, via zwepen tot aan het slaan met de rotan. Het kan gebeuren dat er als gevolg van een behandeling geen sporen achterblijven of misschien slechts een klein beetje rode huid, die na een paar uur weer verdwenen is. Maar het kan ook gebeuren dat er omvangrijke bloeduitstortingen, striemen of andere verwondingen optreden, die een aantal dagen of zelfs weken zichtbaar blijven. Vaak herkent de ontvanger deze slagen niet, weet hij of zij niet welke graad van weefselletsel toegebracht is. Net zomin staat de intensiteit van de pijn in relatie tot de aangebrachte weefselbeschadiging.

Intensieve stimulatie omvat krabben, bijten, ijs, heet water, etc; het gaat hier om activiteiten die een sterk gevoel geven terwijl er zeer weinig of helemaal geen weefselbeschadiging optreedt.3 De variatiemogelijkheden van deze activiteiten zijn zeer groot en worden bepaald door duur en wijze. Iemand een paar maal over de rug krabben, kan zeer aangenaam zijn; iemands rug gedurende een uur te krabben, zal waarschijnlijk zeer pijnlijk zijn. Zo vallen in deze categorie ook de mechanismen die de gevoeligheid versterken (zo zijn slagen met de hand op een natte huid veel intensiever dan die op een droge huid). Het wegnemen van een waarneming kan de gevoeligheid laten toenemen en tegelijkertijd het gevoel van kwetsbaarheid vergroten. Iemand die een blinddoek draagt, weet niet wanneer en waar de volgende slag treffen zal. Het niet op een slag voorbereid zijn, kan betekenen dat de gevoeligheid stijgt en de ontvanger concentreert zich heel erg daarop. Verdere voorbeelden van het onttrekken van waarneming zijn maskers, oordoppen en knevels. Veranderingen aan het lichaam omvatten tatoeëring, piercing, brandmerken, verbrandingen, etc. Omdat de meeste van deze veranderingen blijvend behoren te zijn, zijn ze dat vaak genoeg toch niet. Maar vaak worden dit soort veranderingen gezien als bewijs van toewijding aan SM, als versiering of als gevoeligheidverhogend. (Moser e.a. 1993).

Psychische gevoelens
Psychische pijn wordt veroorzaakt door vernedering, verlaging, onwetendheid, bezorgdheid, machteloosheid, zorg en angst. In de SM wereld is de meest voorkomende psychische pijn de vernedering, maar er bestaat ook een algemeen vernederend gedrag. Deze gevoelens kunnen door verbale uitingen of handelingen worden veroorzaakt. De onderdaan verbaal terechtwijzen (b.v. "Wat ben jij voor een armzalig stuk slaaf"), van onderdanen eisen dat zij pijnlijke of laag bij de grondse handelingen verrichten (b.v. het toilet schoonmaken of de voeten of schoenen (laarzen) van de dominant kussen), of ze in een kwetsbare situatie achterlaten (b.v. zonder geld, sleutels of kleren), enz.. SM-ers melden vaak dat de overdracht van de macht, met beider goedkeuring, hetgeen is dat op hen een erotische uitwerking heeft en dat de pijn een middel is om deze overdracht te verwezenlijken.

Klinische problemen

SM-ers kunnen net zo goed als mensen die andere seksuele richtingen aanhangen, psychische problemen hebben. Het is niet gemakkelijk om vast te stellen of de SM interesse of de beoefening van SM een probleem veroorzaken kan of versterken kan of dat ze geen basis voor het probleem vormt. Een serieuze analyse vereist een behoorlijke kennis van de SM cultuur en een goed inzicht in de SM-praktijk in al haar facetten. Daar er echter maar zeer weinig experts op SM gebied zijn, is een inzet zonder vooroordelen en de bereidheid je verder te bekwamen op dit gebied, essentieel. Het inzicht dat SM een onbehaaglijk thema is voor een klinisch psycholoog, is een prima reden, een patiënt door te schuiven. Zelf bezig te zijn met SM is nog geen voldoende kwalificatie.

Hierna volgen een paar voorbeelden van problemen in de volgorde van wat het meest voorkomt. Blijkbaar helpt de faam van de schrijver hem nog aan enkele patiënten, die hem juist opzoeken of hem juist mijden. Daarom weerspiegelt de volgorde van de problemen niet de mate waarin een probleem voorkwam.

(1)Ben ik normaal?
Hier gaat het in de meeste gevallen om. Dit is het meest voorkomende en tevens ook het eenvoudigste probleem. Mensen die beginnen met het onderzoeken van hun SM wensen, gaan van dezelfde mythen uit als die in de maatschappij heersen. Je bent bezorg dat SM een pathologische toestand is, die mensen ertoe beweegt afschuwelijke misdaden te begaan en schadelijk is voor de levenskwaliteit. Zulke zorgen zijn wijd verspreid. SM-ers geloven vaak dat hun gedrag tot gevaarlijke activiteiten kan leiden en dat het optreden van ernstige verwondingen slechts een kwestie van tijd is. Dat is niet in overeenstemming met de werkelijkheid; SM-spel heeft slechts zelden verwondingen tot gevolg (Lee 1979).4 Aanmoedigen, voorlichten, maar de doorverwijzing naar zelfhulpgroepen lost dit probleem vaak zelfs in slechts één sessie op; meer dan zes sessies zijn zelden nodig.

Je hoort vaak van SM-ers de klacht dat de SM levensstijl voor hun een probleem is. Het is belangrijk op te merken dat sommige mensen van een bepaald seksueel gedrag, om de meest verschillende redenen, snel af willen. Het ontkennen van de eigen seksuele voorkeur wordt echter over het algemeen als problematisch ondervonden. Mensen met dit soort klachten zouden eigenlijk vergeleken moeten worden met homoseksuelen in hun coming-out fase.

(2) Kunnen we deze wensen kwijt raken?
Sommige SM-ers smachten naar een eenvoudiger seksuele levensstijl en zouden hun seksuele geaardheid gaarne veranderen. Helaas is het onmogelijk of in ieder geval zeer moeilijk de seksuele geaardheid te veranderen. Men kan SM-ers helpen door niet-SM gedrag te erotiseren, maar pogingen om SM gedrag niet meer als erotisch te beschouwen, lukken slechts zeer zelden en zijn vaak van korte duur. Dit hoort in het grote veld van de gedragstherapieën Bovendien speelt hier de ethische vraag mee of dit gedrag passend is en of dat geoorloofd is. Pogingen om mensen gerust te stellen of voor te lichten zijn vaak behulpzaam, maar enkele patiënten, die hun seksuele geaardheid willen veranderen, zijn slechts tevreden met de meest rigoreuze therapeutische interventies.

(3) SM vernietigt onze relatie
De meeste paren hebben tenminste zo af en toe relatieproblemen en paren die aan SM doen vormen hierop geen uitzondering. Het is algemeen bekend, dat het paar het SM aspect van hun relatie de schuld van deze problemen geeft, maar een relatietherapie brengt meestal veel meer laag bij de grondse oorzaken aan het licht. Of nu gewone oorzaken schuld zijn of dat het aan SM ligt, een traditionele relatietherapie kan over het algemeen geen kwaad. Kennis van de SM cultuur is voor de therapeut van het paar zeer van belang, om zinvol te kunnen interveniëren. Niet alle SM paren bestaan uit een dominante en een onderdanige partner. Vele paren, die problemen hebben, bestaan uit twee overwegend onderdanige mensen, die afwisselend de dominante rol op zich nemen. Blijkbaar kan dit in de loop der tijd tot een probleem leiden. Bij een kleiner aantal paren zijn beide partners overwegend dominant, doch deze mensen neigen ertoe SM activiteiten niet met elkaar te beoefenen.

(4) Ik kan dit dubbelleven niet langer volhouden
Er zijn talrijke voorbeelden van groffe discriminatie van SM-ers. Sommige mensen hebben door hun SM geaardheid hun werk verloren, zijn tot gevangenisstraf veroordeeld, onterfd, zijn vrienden of de voogdij over een kind kwijt geraakt. Dit heeft ertoe geleid dat veel mensen hun SM activiteiten zeer goed verbergen. Het ontkennen van SM neigingen kan tot stress en tot ontevredenheid met de "Vanilla" levensstijl leiden ("Vanilla" of vanille is bijvoeglijk naamwoord waarmee in de SM cultuur een niet-SM-relatie wordt aangeduid). Zelfs wanneer de ontdekking niet de allesbeheersende angst geldt, zijn er toch nog problemen met de integratie van de SM levensstijl in de wereld van alledag. Enkele SM-ers zouden hun levensstijl het liefst 24/7 (24 uur per dag, 7 dagen per week) willen beleven, maar zij kunnen dat niet omdat er geld voor levensonderhoud verdiend moet worden en ook omdat er andere verplichtingen zijn. Omdat ze niet in staat zijn hun SM levensstijl te kunnen beleven zoals zij dat graag willen, wordt dit vaak door deze mensen als een gedwongen dubbelleven omschreven. Het is vaak moeilijk voor de enkeling om dit probleem door te werken. Het heeft zich positief bewezen de patiënt bij het zoeken naar een hulpgroep, een relatietherapie en creatieve oplossingen te ondersteunen, zoals bijvoorbeeld het bezig zijn voor andere SM-ers of een minder traditionele baan waarin meer mogelijkheden ter beschikking staan.

(5 ) Ik kan geen partner vinden
Weliswaar heeft de auteur vanuit zijn beroep nog slechts weinig slachtoffers van dit fenomeen gezien, maar het schijnt hier toch om de meest voorkomende klacht te gaan binnen de SM cultuur. Omdat het niet altijd even gemakkelijk is om zelfhulpgroepen te vinden, omdat slechts weinig vrouwen zich open opstellen ten opzichte van SM, alsmede wegens de moeilijkheden een partner te vinden met overeenkomstige belangstelling zowel op het terrein van de wijze alsook op het terrein van de intensiteit van de activiteiten, lijkt het er echt op dat het bij dit probleem gaat om een belangrijke vraag uit de SM cultuur. (Het is bovendien nog een algemeen probleem dat de totale vrijgezellenwereld aangaat). Het is de ervaring van de schrijver dat SM-ers die over deze moeilijkheid van het niet kunnen vinden van een SM-partner klagen, ook diegenen zijn, die problemen ondervinden bij het vinden van een niet-SM-partner. In deze gevallen heeft een training in sociale vaardigheden zich als zeer nuttig bewezen. Daarbij moet opgemerkt worden dat vele SM-ers zeer succesvol waren in het "wegnemen van remmingen", dat betekent dat zij in staat waren om mensen die nog nooit iets met SM te doen hadden, tot enthousiaste volgelingen te maken. Het is helaas niet bekend of deze "geconverteerden" ook na het verbreken van de oorspronkelijke relatie verder zijn gegaan op de SM weg, maar er zijn aanwijzingen dat dit inderdaad soms het geval is.

(6) Is het geweld of SM?
Vaak wordt de schrijver met zulke juridische gevallen geconfronteerd. Deze vraag wordt vaak gesteld in samenhang met de mishandeling van een echtgenoot of echtgenote, kindermishandeling, verkrachting, seksuele intimidatie, enz. De overgrote meerderheid van de SM-ers is niet in een spel met een onwillige partner geïnteresseerd. Deze situatie lijkt veel op het verschil tussen verkrachting en gemeenschap met wederzijds goedvinden. Mensen zonder neiging tot verkrachting verliezen snel interesse in coïtus als de partner onwillig is. Toch vallen sommige SM-ers op door hun gewelddadige handelingen, hetzij dankzij of ondanks hun SM geaardheid.

In deze situatie is de belangrijkste, klinische, vraag: "Welke uitwerking had het op u, toen het slachtoffer (het gaat hier meestal om een strafzaak) door de dwang seksueel opgewonden raakte?" Verkrachters, sociopaten, enz. vertellen, dat in het geval het slachtoffer van de aanval heeft genoten of daardoor opgewonden raakte, dat dit hun eigen opwinding negatief beïnvloedde of dat het geen enkel effect had. SM-ers geven aan, dat ze stoppen als hun partner niet van het spel geniet. Dit is een belangrijk onderscheid tussen deze beide groepen en klinisch van groot belang. Als degene die de asociale handelingen verricht inderdaad een asociaal mens is, dan is de prognose slecht. Is hij echter een slecht aangepaste SM-er, dan kan training van de sociale vaardigheden zeer succesvol zijn. Het is de ervaring van de auteur is dat SM-ers slechts zelden gewelddadigheden begaan. Als een SM-er met gewelddadige handelingen bezig is, heeft dit over het algemeen niets te maken met zijn of haar SM-geaardheid in het leven.

Samenvatting

We komen weliswaar gegevens tekort over de psychologische problemen van SM-ers, maar er kon niet aangetoond worden dat zij last hebben van het een of andere psychiatrische of zeer bijzondere probleem, dat in samenhang staat met hun geaardheid. Er is geen wetenschappelijke basis voor het ontzeggen van SM-ers van de voogdij, adoptiemogelijkheden, recht op arbeid en veiligheid of welke andere rechten dan ook die in deze maatschappij geldig zijn.


Literatuur:

Annon, J. The Behavioral Treatment of Sexual Problems.
Honolulu: Enabling Systems, Inc., 1974, 1975.
Breslow, N., Evans, L., und Langley, J. "On the Prevalence and Roles of Females in the Sadomasochistic Subculture: Report of an Empirical Study." Archives of Sexual Behavior 14 (1985): 303-317.
dies. "Comparisons Among Heterosexual, Bisexual, and Homosexual Male Sadomasochists." Journal of Homosexuality 13; 1 (1986): 83-107.
Bullough, V.; und Bullough, B. Sin, Sickness and Sanity.
New York: Meridian Books, 1977.
Ellis, H. "Love and Pain." Studies in the Psychology of Sex.
New York: Random House, 1936.
Ford, C.S. und Beach, F.A. Formen der Sexualität.
Hamburg: Rowohlt, 1968.
Gebhard, P. "Fetishism and Sadomasochism." In Sex Research. Hrsg. M. Weinberg.
New York: Oxford University Press, 1976.
Gosselin, C. und Wilson, G. Sexual Variations.
New York: Simon and Schuster, 1980.
Hunt, M. Sexual Behavior in the 1970's.
Chicago: Playboy Press, 1974.
Kinsey, A.C. et al. Das sexuelle Verhalten der Frau. Berlin und Frankfurt am Main: G.B. Fischer, 1954.
Kokkoka. The Koka Shastra.
New York: Stein & Day, 1965.
Krafft-Ebing, R. von. Psychopathia Sexualis. München: Matthes & Seitz, 1997.
Lee, J. "The Social Organization of Risk." Alternative Lifestyles 2 (1979): 69-100.
Levitt, E.E. "Sadomasochism". Sexual Behavior September (1971): 69-80.
Levitt, E.E., Moser, C. und Jamison, K. "The Prevalence and Some Attributes of Females in the Sadomasochistic Subculture." Archives of Sexual Behavior 23;4 (August 1994): 465-473.
Maslow, A. "Self-Esteem (Dominance-Feeling) and Sexuality in Women." In Sexual Behavior and Personality Characteristics. Hrsg. M. De Martino. 1963;
New York: Grove Press, Inc., 1966.
McCary, J. Human Sexuality. 2nd ed. 1967;
New York: Van Nostrand Reinhold Co., 1973.
Miale, J.P. An initial study of nonclinical practitioners of sexual sadomasochism.
Niet uitgegeven dissertatie, San Diego, Professional School of Psychological Studies, 1986.
Moser, C. An exploratory-descriptive study of a self-defined S/M (sadomasochistic) sample. Niet uitgegeven dissertatie, San Francisco, Institute for Advanced Study of Human Sexuality, 1979.
ders. "S/M (Sadomasochistic) Interactions in Semi-Public Settings." Journal of Homosexuality 36;2 (1998): 19-29. ders. "Sadomasochism." The Sexually Unusual: A Guide to Understanding and Helping. Hrsg. Dennis Dailey.
New York: Harrington Park Press, 1988.
Moser, C., Lee, J. und Christensen, P. "Nipple Piercing: An Exploratory-Descriptive Study." Journal of Psychology and Human Sexuality 6;2 (1993): 51-61.
Nefzawi, S. The Perfumed Garden. Hrsg. A.H. Walton. 1400;
New York: G.P. Putnam's Sons, 1964.
Panken, S. The Joy of Suffering.
New York: Jason Aronson, Inc., 1973. Reik, T. Masochism in Sex and Society. 1941; New York: Pyramid Books, 1976.
Schad-Somers, S.P. Sadomasochism.
New York: Human Sciences Press, Inc., 1982. Spengler, A. "Manifest Sadomasochism of Males: Results of an Empirical Study." Archives of Sexual Behavior 6 (1977): 441-456.
Stekel, W. Sadism and Masochism. 1929;
New York: Liveright, 1953.
Thorpe, L. & Katz, B. The Psychology of Abnormal Behavior,
New York: Ronald Press, 1948.
Vatsysayana,
Kama Sutra. c. 450; New York: Lancer Books, 1964.
Weinberg, M., Williams, C., und Moser, C. "The Social Constituents of Sadomasochism."
Social Problems 31 (1984): 379-389.

Inloopgelegenheden:

Ressources
Zelfhulpgroepen voor SM-ers zijn er in vele vormen. Er zijn algemene groepen, groepen die gericht zijn op een bepaalde seksuele richting, groepen voor dominante mannen en onderdanige vrouwen, groepen voor dominante vrouwen en onderdanige mannen, groepen die gericht zijn op een bepaalde activiteit (b.v. piercing), die zowel op SM-ers als op niet-SM-ers gericht zijn, vrouwengroepen, mannengroepen, etc. Deze groepen ontstaan steeds weer opnieuw en heffen zichzelf ook weer op, zodat een opsomming van deze groepen geen zin heeft. Voor iedereen die toegang heeft tot het World Wide Web worden vele bronnen geopend onder het zoekargument "BDSM".

Auteursrecht:

© 2000 by Charles Moser - Alle Rechte beim Autor. Dieser Text steht unter der Datenschlag-Lizenz und kann in ausgedruckter Form ohne ausdrückliche Erlaubnis zu nichtkommerziellen Zwecken verteilt und weiterverwendet werden, solange das Dokument im Inhalt nicht verändert und Datenschlag als ursprüngliche Quelle angegeben wird. Eine Kopie der Seite in ein anderes Webprojekt ist ausdrücklich nicht erlaubt.

Vertaald in het Nederlands door Wouter Engelsman.

Datenschlag haftet nicht für Schäden, die aus dem Gebrauch dieses Textes resultieren. Weder sind wir gegen Fehlinformationen gefeit, noch sind alle Praktiken auf jeden Menschen übertragbar.

De vertaler is niet aanspreekbar op schade die door het gebruik van dit document voort kan komen.

Voetnoten
1. Verdere brgrippen zijn o.a. DS (dominance and submission), BD (bondage and discipline), kinky sex, lijfstraffen, machtsspellen, leerseks, etc.

2. Er zijn een paar aanwijzingen die duiden op door toeval ontstane problemen. Bijvoorbeeld ontstond er bij een vrouw een infectie nadat zij een piercing had laten zetten in een tepel. Er was op toegezien dat de piercing onder steriele omstandigheden door daarvoor opgeleid personeel gezet zou worden; toch ontstond er een infectie. Aangezien de infectie noch moedwillig noch door nalatigheid veroorzaakt was, kon men hier spreken van een toevalligheid. Hierbij moet opgemerkt worden dat bij de meeste sportieve (en seksuele) activiteiten toevallige verwondingen regelmatig voorkomen.

3. Bij door SM-ers gebruikte hete was, gaat het normaal gesproken om paraffine, dat absoluut geen brandwonden veroorzaakt. De duurdere kaarsen van bijenwas kunnen echter wel brandwonden veroorzaken en worden daarom zelden gebruikt

4. Er mag aangenomen worden dat over alle verwondingen, die ontstaan zijn in samenhang met SM, in de pers vermeld zijn. Over vergelijkbare gebeurtenissen (b.v. in het rectum van een patiënt aangetroffen gloeilamp of de ontvoering van een vrouw als seksslavin) is meer geschreven dan door de ernst van het probleem vermoedt kon worden. Het gebrek aan persberichten over verwondingen in samenhang met SM en het ontbreken van deze berichten in andere, professionele tijdschriften, duiden erop dat dit soort verwondingen zelden voorkomen

DSM-IV en ICD-10



Het diagnostische en statistische handboek van psychische stoornissen (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, DSM) legt internationaal de criteria vast voor de diagnose van stoornissen en is, ook al hebben de meeste mensen daar nog nooit van gehoord, niet zonder invloed op het leven van sadomasochisten.
In DSM-III werd de term 'paraphilias' voor het eerst geaccepteerd. Daarvoor was er in dit verband sprake van 'perversie' of van 'seksuele deviatie'. De term parafilie brengt tot uitdrukking dat een bepaalde seksuele activiteit of seksueel verlangen dat naast het gebruikelijk erkende voorkomt (para) door een persoon attractief (phila) gevonden wordt. … De grens tussen wat normaal en wat 'deviant' is, laat staan wat toelaatbaar is of zou moeten zijn, wordt vaak door toevallige omstandigheden bepaald. Bij voorbeeld in het land waarin men woont. In sommige landen staat de doodstraf op het door mannen in vrouwenkleren op straat lopen.(Seksuologie voor de arts, Moors, Everaerd e.a., Samson 1987 pag. 123 ff.)

In het hoofdstuk "Parafilieën" worden de criteria opgevoerd, volgens welke "seksueel sadisme" en "seksueel masochisme" gediagnosticeerd kunnen worden.
Homoseksualiteit werd, na jarenlange druk vanuit de homobeweging, reeds in 1973 uit de versie DSM-II gehaald. Sadisme en masochisme zitten er in de versie DSM-IV nog steeds in, zij het in een minder scherpe uitvoering. Terwijl vroeger slechts één sadomasochistisch hoofdstuk voldoende was voor de diagnose van de "psychoseksuele stoornis", ziet de zaak er, na de laatste update van het handboek in 1994 er al wat rooskleuriger uit. De diagnose "seksueel masochisme" mag nu slechts nog gesteld worden als aan twee voorwaarden tegelijk wordt voldaan:

A.
In een tijdsperiode van tenminste 6 maanden terugkerende, intensieve seksueel opwindende fantasieën, seksueel dringende behoefte of gedrag, dat een (reële, niet gesimuleerde) samenhang van onderdanigheid, geslagen willen worden, geboeid willen zijn of een dergelijk lijden inhouden.

B.
Deze fantasieën, seksueel dringende behoefte of gedrag, veroorzaken, in klinisch opzicht, aanmerkelijk lijden of beperkingen van het sociale leven, het werk of andere belangrijke gebieden.

Voor "seksueel sadisme", "fetisjisme" en "fetisjisme t.o.v. travestie" gelden overeenkomstige criteria. Enerzijds zijn deze veranderingen een grote stap voorwaarts: de meeste sadomasochisten en fetisjisten zijn volgens deze definitie niet meer ziek, omdat hun seksuele neiging bij hen geen lijden of beperkingen veroorzaakt. Op die manier kan één zin in een handboek van vandaag op morgen enige miljoenen zieken op de goedkoopste manier genezen. Aan de andere kant zijn de details beslist nog voor verbetering vatbaar: Zo spreekt uit de formulering "reële, niet gesimuleerde" een fundamentele onwetendheid van het sadomasochistische gedrag. Terwijl het juist dit op het kantje lopen tussen reëel en gesimuleerd is, wat het grootste gedeelte van deze seksuele gedragswijze uitmaakt.

Op den duur zou men zich kunnen wensen dat sadisme, masochisme en fetisjisme, net zoals homoseksualiteit kompleet uit de diagnosecatalogus verwijderd worden. De Amerikaanse arts Frederick Suppe heeft er al in 1984 voor gepleit dat, op dezelfde gronden, waarop homoseksualiteit uit de DSM gehaald is. Het aanhouden van deze definities binnen de parafilieën is niet terecht. De classificatie van de parafilieën als psychische stoornissen, zo stelt Suppe vast, weerspiegelt eigenlijk de sociale normen.



Afgezien van de twijfels aan de basis van het bestaansrecht van de parafilieën als diagnose, zijn er problemen bij hun praktisch gebruik. De voorbeelden, die in de DSM als "klinisch aanmerkelijk lijden of beperkingen" genoemd worden, zijn: "Bij voorbeeld als [de parafilieën] onontbeerlijk zijn, leiden tot seksuele stoornissen, waarbij een persoon betrokken wordt, die geen toestemming kan of wil geven, hetgeen weer leidt tot juridische moeilijkheden, die sociale verhoudingen dreigen te verstoren.
Een psychiater die zich op deze voorbeelden oriënteert, kan in de praktijk enige schade aanrichten. Aan de ene kant zijn er talrijke sadomasochisten (de weinige studies, die op dit gebied gedaan zijn, spreken van 15-30% van de bevolking), voor wie hun seksuele voorkeur inderdaad onontbeerlijk is, maar die zich daarom in geen geval allemaal benadeeld voelen of een plotselinge behoefte krijgen aan een therapie. Wat er gebeurt wanneer men het criterium "juridische moeilijkheden", serieus neemt, beschrijft de Amerikaanse psycholoog dr. Charles Moser in 2 bijdragen op een Amerikaanse SM-mailing-list, die we hier met vriendelijke toestemming samengevat weergeven:

De DSM-IV diagnoses "sadisme" en "masochisme" worden dagelijks door psychologen verkeerd gebruikt. Dat leidt ertoe, dat sadomasochisten hun werk, hun security clearance (een veiligheidsvereiste voor overheidswerk), de voogdij over hun kinderen verloren hebben, terwijl DSM-IV daarvoor misbruikt werd. Het beste voorbeeld dat ik kan geven, gaat over een man van middelbare leeftijd, die ongeveer zeven jaar getrouwd is geweest. Tijdens hun huwelijk deden de man en de vrouw aan SM, tot zij er, na ongeveer 5 jaar geen zin meer in had en ook hun tot op dat moment open huwelijk gesloten voort wilde zetten. Hij was daar niet gelukkig mee en ze besloten te gaan scheiden. Zij wilde geen relatietherapie. Er was een zoon van twee jaar uit dit huwelijk. Nadat zij overeengekomen waren dat zij de voogdij over het kind zou krijgen, weigerde zij hem het bezoekrecht en voerde SM als grond daarvoor aan. Hij moest zijn huis verkopen en zich in de schulden steken om het recht te verwerven zijn zoon te zien. Hij had een goede baan, vrienden, een nieuwe SM-relatie, was nog nooit met de wet in aanraking geweest, etc.
Twee "therapeuten" gaven een verklaring af, dat SM pathologisch was en dat hij een gevaar voor het kind betekende en dat de criteria uit DSM-IV op hem van toepassing waren, omdat hij in deze rechtsstrijd verwikkeld was."


In het Duitse en Nederlandse taalgebied wordt met dit soort vragen over het algemeen iets liberaler omgegaan dan in de USA. Seksuele voorkeuren zijn hier voor het gerecht - ook betreffende voogdij en bezoekrecht - met zekerheid veel minder belangrijk. Maar sadomasochisten moeten er rekening mee houden dat deze DSM-formulering ten nadele van hen kan worden gebruikt als zij op een dag in conflict komen met de wet of met de psychiatrie.

Daarenboven raakt in leerboeken de DSM-IV tekst vaak verder verwaterd. In het standaardwerk "klinische psychologie" uit 1996 staat bijvoorbeeld:
"Gelukkig blijven sadisme en masochisme meestal beperkt tot de fantasie en behoren dan volgens de DSM niet tot de stoornissen, als de betrokkene er niet vreselijk onder lijdt. Dit is ook een voortdurend onderwerp van gesprek in DSM-IV, d.w.z. het is orde als iemand ongewone fantasieën heeft, vooropgesteld dat hij daar niet naar handelt en zich daardoor ook niet gehinderd voelt."
Dat klopt zo natuurlijk niet; in de DSM-IV is erin voorzien dat men zijn fantasieën ook in de praktijk brengen mag, zonder gelijk te verworden tot iemand die dringend behoefte aan psychiatrische behandeling heeft.
Om de artsenstand nog verder in verwarring te brengen, is er tenslotte nog de "International Statistical Classification of Diseases and Related Health Problems", ICD-10; het getal 10 geeft het uitgavennummer aan. Deze classificatie werd door de Wereld Gezondheids Organisatie (WHO) vastgesteld en moet in Duitsland sinds 1 januari 2000 in het gezondheidswezen toegepast worden. Hieraan was een discussie die jaren heeft geduurd, voorafgegaan en het heeft er lange tijd naar uitgezien, dat de omzetting naar ICD-10 in Duitsland vanwege privacyredenen niet mogelijk was.
Pas de nieuwe Minister van Gezondheid, Andrea Fischer, een groene, zorgde met één pennenstreek voor de invoering van de ICD.
Wanneer deze classificatie in Nederland moet worden ingevoerd, weet ik op dit moment nog niet.
Helaas is de ICD nog niet aangeland op het relatief vooruitstrevende niveau van DSM-IV. Onder "persoonlijkheids - en gedragsstoornissen" staat dat eenieder die volgens zijn/haar sadomasochistische - of fetisj fantasieën handelt of zich daardoor duidelijk beperkt voelt, ziek is.
Dat heeft tot gevolg dat sinds de 1-1-2000 een sadomasochist die naar de dokter gaat omdat zijn handboeien een zenuw afgeklemd hebben en zijn vinger nu zo komisch verdoofd aanvoelt, de keus heeft tussen drie mogelijkheden:

1. Hij liegt en zegt dat hij geen idee heeft, hoe het gekomen is. Dat is lastig, want het bemoeilijkt de diagnose.
2. Hij spreekt de waarheid, maar dat kan ertoe leiden dat de arts zich verheugt dat hij ook eens zo'n aparte diagnose mag versleutelen en alles heet van de naald aan het ziekenfonds doorgeeft, waar - in tegenstelling tot wat alom beweerd wordt - vroeger of later privacy-technisch onverwachte dingen met deze informatie kunnen gebeuren. Niet iedereen wil het hier op aan laten komen en zelfs wanneer hij onverschillig tegenover deze outingvraag staat, gaat het hier om privé-informatie die niet iedereen in een ondoorzichtige centrale computer wil laten verdwijnen.
3. Men kan zich met SM-klachten tot een eigen vertrouwensarts wenden en hem vragen hiermee diskreet om te gaan, ook in de richting van het ziekenfonds.
Helaas is het, anders als bij de homo's en lesbiennes, niet van te voren te bepalen welke artsen competent zijn en vrij van vooroordelen inlichtingen kunnen geven omtrent vragen op SM-gebied. Dit laatste gaat in Nederland natuurlijk niet op omdat mensen hier aan een bepaalde huisarts vastzitten. Daarom zijn wij bezig om een nood- en infodienst op te zetten. Een telefoonnummer dat mensen kunnen bellen en een e-mailadres dat mensen kunnen gebruiken om ons te bereiken als zij in nood verkeren, raad willen hebben van ervaren sm-ers of anderszins eens een praatje willen maken. Dit is niet alleen bedoeld voor informatie t.b.v. particulieren maar ook voor instanties zoals huisartsen, psychologen, GGD's, enz.

Homo's en lesbiennes worden - natuurlijk alleen als er geen sprake is van sadomasochistisch of fetisjistisch gedrag - ook door ICD-10 niet meer belaagd. "De richting van de seksuele oriëntatie zelf wordt niet als stoornis gezien", wordt uitdrukkelijk vermeld. Homoseksualiteit is niet met een toverstokje of dank zij het wijze inzicht van psychiaters, verdwenen, maar door taai lobbywerk. De "Norwegian Association for Lesbian and Gay Liberation" (LLH) werkt er al aan om fetisjisme en sadomasochisme als diagnosen uit de ICD-10 te laten verwijderen en zoekt daartoe contact met groepen die hen daarbij kunnen ondersteunen. Wie in Duitsland geïnteresseerd is in samenwerking kan zich melden bij kathrin@bdsm-berlin.de



Katrin Passig
Ira Strübel
"Die Wahl der Qual"
(De keuze van de kwaal)
pagina 48 e.v.

Zoals de beesten: Beach en Ford

Uit het jaar 1951 stamt het onderzoek van de Amerikaanse psychobiologen Fran A. Beach en Cellan S. Ford: "Patterns of Sexual Behavior". Het boek kwam pas 20 jaar later in het Duits op de markt, dan wel onder de titel "Formen der Sexualität". De wetenschappers vergelijken het seksueel gedrag in 190 verschillende mensenmaatschappijen en die van de dieren om er achter te komen welke vormen van menselijk seksueel gedrag resultaat zijn van gezamenlijke leerervaring en welk voortvloeien vanuit biologische aanleg. De theoretische interpretatie van de door hen gevonden resultaten willen Ford en Beach aan de "psychiatrisch opgeleide vakmens" overlaten. Precies bekeken gaat het dus niet om alweer een model ter verklaring, maar alleen om een verzameling van aanknopingspunten.
Het hoofdstuk "pijnlijke seksuele stimulatie" legt uit, dat voor sommige mensen, onder bepaalde condities, een lichte pijnprikkel voor seksuele opwinding een versterkende werking kan hebben en dat door een sterke erotische opwinding ook een zekere mate van agressie uitgelokt wordt. "Bij sommige mannen en vrouwen is deze tendens pijn toe te dienen zo nadrukkelijk aanwezig dat hun normaliter getoonde seksueel gedrag een groot onderscheid vertoont tegenover het gedrag van de bevolking in zijn algemeenheid.
Binnen onze cultuur worden dit soort complicaties door de meeste mensen als abnormaal en pervers beschouwd. Maar op zich gaat het hier om de veralgemenisering van tendensen welke in een meer algemene vorm bij veel mensen, zo niet bij iedereen aanwezig zijn. Bij sommige andere groepen beslaat een gedrag, waar bij de coïtus pijn toegediend wordt, een verassend grote ruimte."
Op de vraag of bij deze praktijken een verschil tussen de seksen bestaat, antwoorden de auteurs, dat "een dusdanig gedrag, als het in een cultuur algemeen gebruikelijk is, in ieder geval ook door beide partners en wederzijds beoefend wordt". Als de man tijdens de geslachtsgemeenschap zijn vrouw bijt, dan bijt zij ook; krabt en knijpt een echtgenote haar man, dan zal ook dat worden teruggegeven. Dit gedrag krijgt alleen dan de sensatie van een echte seksuele prikkel, als het door beide partners wordt beoefend. Daarentegen lijkt het toedienen van pijn in de dierenwereld - op weinige uitzonderingen na - een voorrecht van de mannetjes te zijn en alleen het vrouwtje raakt door pijn seksueel opgewonden. Ter verklaring van dit fenomeen geven Ford en Beach aan, dat het vrouwtje doorgaans kleiner en zwakker is dan het mannetje en dat het voor het vrouwtje gewoonlijk in de coïtushouding moeilijker is het mannetje aan te vallen.
Zij constateren dat de gewoonte van het pijnigen van de partner kennelijk alleen in bepaalde groepen werd ontwikkeld en dat het bij deze groepen "waarin geslachtsgemeenschap geregeld is verbonden met bijten, krabben of aan de haren trekken, tegelijk om diegene gaat die hun kinderen en jongeren heel veel seksuele vrijheid toestaan". Bovendien geldt voor deze groepen: "Als het bij het vaste idee over bevredigende geslachtsgemeenschap hoort dat elkaar een grotere hoeveelheid aan dragelijke pijn toegediend wordt, dan hoort bij deze voorstelling er evengoed bij dat de vrouw actief en ijverig deelneemt aan het seksuele - haar wordt hetzelfde recht op initiatief toegestaan als de man en er wordt verwacht dat ze tijdens de geslachtsgemeenschap een orgasme beleeft."
De auteurs concluderen dat waarschijnlijk ieder mens in staat is op een niet al te sterke pijnprikkel erotisch positief te reageren. Of er later een samenhang ontstaat tussen lust en pijn of dat pijn als remmend voor de seksuele opwinding wordt gezien, hangt af van de cultuurspecifieke context van deze mogelijkheden. Ford en Beach zeggen verder niets over andere deviaties zoals fetisjisme of het overtreden van de gender-rol.




Aanvullend kan nog worden aangemerkt, dat…
Het niet zo is, dat de prikkels meer en meer moeten worden, als je eens begonnen bent aan SM te doen. [Passig S. 322]

Over SM en geweld gesproken een massief kwalitatief verschil bestaat tussen een misdadiger of moordenaar en een persoon die graag met een compatibele partner en met wederzijdse toestemming, aan SM doet. De misdadiger kiest een slachtoffer dat hij tegen diens wil en toestemming dwingt en roekeloos schade toebrengt.
De statistiek bevestigt overigens dat misdadigers en de SM cultuur weinig met elkaar te maken hebben. De seksueel wetenschapper Eberhard Schorsch schrijft: "Leden van deze subcultuur worden doorgaans niet op sadistisch deviante manier crimineel en omgedraaid kennen wij geen sadistisch deviante delinquent die toegang heeft gehad tot de sadomasochistische subcultuur." Ook Moser kwam tot deze conclusie zoals we gehoord hebben.



Criminelen zijn in sm-kringen nagenoeg niet te vinden omdat ze daar niet getolereerd worden.

SSC = safe, sane and consensual
in het Nederlands betekent VVV = vrijwilligheid, veiligheid en vertrouwen

De voorwaarde waarop de sm-ers hun gedrag baseren.


We danken voor interesse en uw geduld.