Moet een fantasie altijd een fantasie blijven?

sirona{I} schrijft:

Sommige fantasieën zijn bedoeld om inderdaad nooit werkelijkheid te worden. Andere fantasieën daarentegen wel. Afhankelijk van de bedoeling, de achterliggende basis waarmee je een fantasie schrijft, zal de bedoeling van de betreffende fantasie duidelijk zijn.

Reeds lange tijd zat onderstaande fantasie in mijn hoofd. Om het zo goed mogelijk onder woorden te brengen, was niet makkelijk, om maar niet te zeggen: ontzettend moeilijk.

Ik ben heel benieuwd of er reakties op komen.

Langzaam wordt sirona wakker, waar is ze? Wie is ze? Hoe komt ze hier terecht? Ze kijkt om zich heen… ze ligt op de grond in een soort cel, in ieder geval zijn er tralies voor. Ze gaat staan en loopt naar de tralies, muurvast. Ze voelt de tranen opwellen maar wil niet huilen, wil niet toegeven aan dit gevoel van onmacht.

Ze gaat weer zitten op de grond en merkt dan een kopje water met daarnaast een schaaltje met iets wat lijkt op een snee brood. De aanblik van dit gevangene maal doet haar maag zich eraan herinneren dat ze honger heeft. Maar toch is ze te trots om hiervan te eten of te drinken. Ze wil maar 1 ding, en dat is weg van hier. Hoelang ze daar heeft gezeten, weet ze niet, ze is alle besef van tijd kwijt. Is het dag? Is het nacht? Licht of donker?

 

Dan hoort ze zware voetstappen in de gang en een gestalte verschijnt aan de tralies. De gestalte haalt een sleutelbos tevoorschijn, vind zonder moeite de juiste sleutel en draait het zware slot om. Sirona probeert razendsnel een vluchtplan te bedenken. Kan ze langs hem heenglippen en hard wegrennen? Maar waarheen? Misschien rent ze wel een doodlopende gang in en wie weet wat haar dan te wachten staat? Nee, er zit niets anders op dan te wachten op een geschikter moment.

 

Een man stapt de cel binnen, blijft voor de tralies staan zodat vluchten onmogelijk is, en beveelt haar zich uit te kleden. Wat??? Hoort ze dat goed? Nou hij bekijkt het maar, geen hoofd op haar hoofd dat daaraan denkt. ‘Nou, komt er nog wat van?’ zegt hij. ‘Nee’ zegt sirona kordaat (maar met een heel klein hartje, ze hoopt dat hij het trillen van haar stem niet opmerkt) ‘Wat nee? Denk je nou echt dat je mij niet moet gehoorzamen? Weet je wat ze met stoute meisjes doen?’ Sirona schud haar hoofd, haar stem vertrouwd ze niet meer. ‘Die worden gemarteld en gefolterd en als ze dan nog niet gehoorzamen, worden ze ritueel geofferd, en dan blijft er niets meer van je over’. Bij deze laatste woorden dwingt hij haar hem aan te kijken door zijn hand onder haar kin te houden.

‘Heb je dat begrepen?’ Een zachte ‘ja’ komt er uit haar mond. ‘Wat ga je nu dus doen?’ ‘Me uitkleden’.

Trillend van angst en schaamte ontdoet ze zich van haar kleding. Wanneer ze helemaal naakt voor hem staat, doet hij haar een halsband en polsboeien en enkelboeien aan.

Aan de ring van de halsband, bevestigt hij een leiband en neemt haar zo mee, de cel uit, de gang in.

 

Oude gewelven, een stenen trap die naar boven leidt...  Voordat ze de trap opgaan, fluistert hij in haar oor; ‘Vertrouw je me?’ waarop sirona zonder aarzelen ‘Ja’ zegt.

Boven aangekomen, moet sirona even wennen aan het donker, op de trap brandde nog wat licht maar hier ziet ze amper een hand voor ogen.

Ze wordt alleen gelaten met de woorden: ‘hier blijven staan jij’. Dan begint ze te iets beter te zien en ziet dat ze niet alleen is. Er zijn tot haar verbazing veel mensen. Ze ziet iedereen in een soort cirkel staan rondom een soort tafel. De ruimte wordt enkel verlicht door een aantal grote kaarsen. Er hangt een vreemde sfeer die ze niet kan thuisbrengen. Muziek klinkt op de achtergrond, niet hard maar toch doordringend. Een soort New Age muziek, Enigma, Era, of iets soortgelijks.

Iedereen draait zich naar haar toe en ze voelt zich bekeken, ze is bang voor wat komen gaat. Ze wil weg van hier maar weet niet hoe.

Dan draaien ze zich weer naar het midden van de cirkel toe en beginnen met elkaar te fluisteren. Gaat het over haar? Wordt er hier over haar lot beslist?

Ineens stapt één van hen naar voren en zegt dat ze altijd zo hard roept dat ze een masochiste is, en dat ze dat dan nu maar eens moet bewijzen dat ze dat inderdaad is. Ze kijkt in het rond, niemand die haar te hulp schiet.

Hij neemt haar mee naar de tafel in het midden en beveelt haar te gaan liggen op haar buik. Haar handen en voeten worden met de boeien vastgemaakt.

‘Noem eens een getal’ klinkt het. Ow, denkt sirona, dat is natuurlijk het getal wat ik aan slagen krijg of zo. Een beetje overmoedig (waar haalt ze de durf vandaan?) zegt ze ‘2’. ‘ Hmm… 2 … Even rekenen’ hoort ze. Wat nou even rekenen, kan die nou niet eens tot twee tellen? ‘We zien hier met 16 man, dat is 16 maal 2, komt op 32. Dus van iedereen 32 slagen met een slaginstrument of met de blote hand’.

‘Euh, dat meent hij toch niet hè …’ denkt sirona. Maar voor zover ze het kan beoordelen, is hij bloedserieus.

Iemand anders komt naast haar staan, hurkt bij haar neer en dwingt haar hem aan te kijken. Hij zegt :’Stopwoorden kennen we niet,  wíj gaan door zolang wíj willen en jij bent niet meer en niet minder dan ons slachtoffer waarmee wij zullen doen wat wij willen’.

Nu wordt sirona echt bang… maar veel tijd om na te denken heeft te niet. Al gauw voelt ze de eerste klap op haar billen. De klappen volgen elkaar op, zweep, hand, plak, ze weet het niet meer, billen, rug, benen, niets wordt gespaard.

Ze vecht tegen de pijn, tegen de tranen, ze rukt aan haar boeien maar ze kan geen kant op.

De enige pauze tussendoor is als de volgende aan de beurt is voor de 32 slagen.

En dan eindelijk… na wat een eeuwigheid duurde, houdt het op. Ze wordt losgemaakt en op haar rug gelegd. Ze voelt de snerpende pijn verder doordringen op alle plekken waar ze geraakt is. De man die haar uit de cel haalde, komt voor haar staan en vraagt of het pijn doet. Koppig als sirona is, zegt ze:’Nee, het doet geen pijn’. Als hij nou denkt dat ze gaat toegeven dat ze zowat niet meer kan van de pijn, dan denkt hij toch echt verkeerd.

Hij pakt haar bij haar tepels vast en trekt haar zo omhoog met de woorden ‘Nog brutaal zijn ook… we zullen je wel eens laten voelen wat echte pijn is. Ga recht staan’. Sirona gaat staan en wordt vastgegrepen met haar handen op haar rug.

Ze krijgt een blinddoek om. ‘Help, nu kan ik me helemaal niet voorbereiden op wat komen gaat’, denkt ze.

Uit alle macht probeert ze zich los te wringen, wat uiteraard niet lukt. Dan ineens zonder dat ze het kon zien aankomen, voelt ze een pijn, een scherpe pijn op haar borsten, over heel haar borsten, op haar tepels. Auw… dit is erg… ‘Ik wil los, laat me los’, gilt ze. Het gaat echter nog een tijdje door en daarna gebeurt er nog hetzelfde met haar kutje. Sirona denkt dat ze flauw gaat vallen , ze wankelt op haar benen. Toch nog een geluk dan dat ze zo stevig vastgehouden wordt.

Het martelen stopt, de blinddoek gaat af en sirona tepelklemmen met een kettinkje ertussen op.

Dezelfde persoon brengt haar weer terug naar haar cel, haar met zich meetrekkend aan het kettinkje.
Daar aangekomen gaan te tepelklemmen er af, krijgt ze een vers bakje water een vers sneetje brood, met de woorden eet het nu maar op, want dit wat je net hebt meegemaakt, is nog maar een voorproefje.

Even, heel even, de zachte liefdevolle blik en de vraag: ’Gaat het?’ Het zachte ‘Ja’ als antwoord, is geruststellend. Een kus… en dan worden de klemmetjes eraf gehaald. De man verdwijnt weer en sluit de cel achter zich.

Sirona bekijkt haar gehavende lichaamdelen en wrijft over haar pijnlijke billen. Ze eet het brood en drinkt het water en even later wordt ze weer opgehaald. Tepelklemmen er weer op en weer aan het kettinkje mee naar boven, naar dezelfde ruimte als waar ze net ook was.

Daar aangekomen wordt ze weer bevrijd van de klemmetjes en krijgt ze een blinddoek om. Ze wordt verder naar binnen geleid en in het midden van de ruimte worden haar handen samen boven haar hoofd vastgemaakt.

Ze voelt alle blikken op zich gericht en is zich uitermate bewust van haar kwetsbaarheid en naaktheid. Help… wat staat er haar te gebeuren, ze wil weg van hier… ze is zo bang.

Ze hoort stemmen, geroezemoes… wie is hier? wie is dat? wie hoort ze? Ze vangt flarden van woorden op: “test doorstaan… zwaardere test… kan ze toch niet volbrengen… haar breken… geen grenzen…doorgaan…”

Het angstzweet breekt haar uit, hoe kan ze deze hel ontvluchten? Dan plots gaat haar blinddoek af en het schaamtegevoel stijgt nog met een graadje. Ze weet niet waar ze kijken moet, ze wil door de grond zakken, ze wil weg van hier, weg van die mannen die haar met een valse lacht schaamteloos zitten aan te staren.

Er stapt iemand op haar toe en vraagt of ze bereid is de zwaarste test aller tijden te ondergaan. “En als ik weiger”, vraagt ze brutaal. “Weigeren? Denk je nu echt dat je een keuze hebt?” Sirona slikt, voelt tranen opborrelen, probeert ze tegen te houden… “En wie heeft je toestemming gegeven om zo brutaal te zijn?” “Niemand”, antwoord ze met een klein stemmetje. “1 ding kan ik je verzekeren… je gaat afzien, en niet zo’n klein beetje…”

Wat ze daarna te zien krijgt, tart al haar verbeelding. Nee… dit kan niet waar zijn.

Iedereen vormt nu een soort haag met in hun hand ieder een… cane!

De man die haar uit de cel heeft gehaald, zegt haar dat ze op handen en knieën door de twee rijen moet kruipen en dat iedereen haar naar hartelust mag slaan zo hard ze zelf willen. Waaaaat??? Ze gilt “Nee… dit wil ik niet” “Is dit een masochiste die ik hoor?”, vraagt hij. Opstandig roept sirona:”Ik ben wèl een masochiste!” “Bewijs dat dan maar”, zegt hij en terwijl hij die woorden uitspreekt, maakt hij haar handen los. Hij trekt haar hoofd aan haar haren naar achteren, brengt zijn gezicht dichtbij het hare en zegt in haar oor:”Je kàn het”. Even kruisen hun blikken elkaar en dat geeft haar de moed om door te gaan. Hij duwt haar in de richting van de ‘haag’ en daar staat ze dan. “Je weet wat je te doen staat”, zegt de man. Ze slikt, is toch echt bang. Dit redt ze nooit, dit wil ze niet. Zijn stem doet haar echter beseffen dat het ernst is. “Nou, komt er nog wat van?” Ze laat zich op haar knieën zakken en begint aan een helse tocht. Meteen al voelt ze de harde slagen op haar billen, hard-harder-hardst… Auwww… die pijn is verschrikkelijk, ze kan geen kant op, ze moet door. Ze kan niet meer… ze huilt… ze gilt… hou op ….

Het einde van de ‘tunnel’ is eindelijk in zicht. Ze ziet verder alleen maar benen en voeten, maar voelt de gemene blikken op haar gericht.  Het lijkt alsof iedereen uit volle kracht slaat… dit is echt erg. Bijna, nog even volhouden, ze is gebroken. Waarom moest ze zonodig verkondigen een masochiste te zijn? Ze is kapot… en dan … eindelijk, ze is erdoor. Ze stort in elkaar, blijft zitten op haar knieën en kan niet stoppen met huilen. De man van de cel komt bij haar. Hij neemt haar in zijn armen en houdt haar stevig vast. Ze verzet zich, is boos…. Waarom liet hij dit toe? Waarom deed hij haar dit aan? Hij houdt haar nog steeds stevig in zijn greep, ze laat het echter niet toe, is echt boos.  Hij lost zijn greep echter niet, maar zegt daarentegen troostende, lieve woordjes. Langzaam, heel langzaam voelt sirona hoe gebroken ze is en verslapt haar weerstand. Haar spieren ontspannen zich, ze huilt nog harder nu, met grote uithalen. Ze laat het troosten toe nu. Ze kruipt helemaal in zijn veilige armen die haar nog steeds heel stevig vast houden. Hij streelt zachtjes haar haren. Hij zegt dat hij trots op haar is. Ze is gelukkig! Ze houdt van hem… haar Meester!